maandag 21 januari 2013

Fanfare Ciocarlia steelt de show


Aan het begin van dit millennium zag ik bij de VPRO een documentaire over de Oost-Duitse geluidstechnicus Henry Ernst die op zoek ging naar de beste koperblazers in Roemenië. Dit was de documentaire Brass on Fire door Ralf Marschalleck. In het piepkleine dorpje Zece Prăjini, in het Noordoosten van Roemenië, vond Ernst waarvoor hij naar de Balkan was afgereisd. In een oude schuur trof de Duitser een groepje mannen aan die tekeer gingen op trompetten, saxofoons en tuba’s. Dit waren de mannen van Fanfare Ciocarlia. Al snel werd de elfkoppige groep de beste zigeuner brass band op de planeet en toerde over de hele wereld. Zondag twintig januari deden ze Londen aan en ik was in het gelukkige bezit van kaarten.

Fanfare Ciocarlia live in Scala, Londen 20 januari 2013
Het had flink gesneeuwd in de Britse hoofdstad. Luchthaven Heathrow was gesloten en treinen reden amper door de dikke laag sneeuw die Londen bedekte. De ondergrondse reed als een zonnetje en zonder problemen begaf ik mij naar Kings Cross. Op een steenworp afstand lag Scala, hier zouden vanavond de zigeunergoden de zaal plat spelen. Buiten het gebouw stond een lange rij mensen te wachten. Eén voor één mochten we naar binnen onder het toeziend oog van uit de kluiten gewassen uitsmijters. Er waren zigeuners in de zaal en dan moet de beveiliging in orde zijn, moet de uitbater gedacht hebben. Ik liet mijn jas ophangen in de garderobe voor twee pond en betaalde het fikse bedrag van vier pond veertig voor een halve liter Grolsch. Daarna begaf ik mij naar de eerste verdieping, opende een grote deur en betrad de zaal waar Fanfare Ciocarlia het dak van zou afspelen.

Een DJ verzorgde het voorprogramma en het publiek werd opgewarmd door de klanken van dansbare zigeunermuziek. Een allegaartje van mensen trof ik aan, meedeinend op de klanken van Oost-Europese muziek. Jong en oud en personen uit alle windhoeken van de wereld wachtte in spanning af op de hoofdact van vanavond. De hoofdact zelf bevond zich al onder het publiek.  Voorin bij het podium zag ik een groep zigeuners gepassioneerd dansen op de muziek die de DJ draaide en ik herkende van de Cd-hoezen en de documentaire van Marschalleck een aantal gezichten. Vlak voor de klok van acht uur klom de groep op het podium richting de kleedkamer. Het was bijna tijd voor hun daverende optreden. Een medewerker van Scala beklom eveneens het podium en bedankte de DJ voor het opzwepen van het publiek. Vervolgens was het tijd voor de aankondiging waarop iedereen zat te wachten. ‘Ladies and gentlemen, please welcome the best live band in the world, please welcome Fanfare Ciocarlia,’ schreeuwde de medewerker het uit. Een paar honderd toeschouwers antwoordden met een luid applaus. Het was tijd voor het optreden van Fanfare Ciocarlia.

De zijdeur op het podium sloeg open. Mannen met lange zwarte jassen, zwarte hoeden en een blaasinstrument onder hun arm betraden het podium. Het leek of de Siciliaanse maffia een brass band had gevormd. Het intro werd ingezet door de tuba’s en lage diepe klanken galmden door de ruimte. De zijdeur ging weer open en daar kwamen de mannen die de trompetten en de saxofoon bespeelden. Een paar razendsnelle traditionele folknummers werden ingezet. Uiterst technisch uitgevoerd maar op een relaxte manier gebracht, zoals alleen topmuzikanten dat kunnen. Het tempo was zo hoog dat dansen amper mogelijk was en het publiek voorin hield het op een vrolijk meespringen op de muziek.

Nadat twee slagwerkers waren toegevoegd was het twaalfkoppige ensemble compleet op het podium met vier tubaspelers, twee saxofonisten, vier trompetisten en twee slagwerkers. De zang werd wisselend door één van de koperblazers op zich genomen. Opmerkelijk was de gemoedelijkheid waarmee Fanfare Ciocarlia haar nummers afwerkte. Al dansend en gebarend naar het publiek wist het twaalftal houterige dansers tot een voorzichting dansje te doen bewegen en voorin bij het podium stonden doorgewinterde fans met lossere heupen gepassioneerd te dansen. Populaire liederen zoals Manea Cu VocaIag Bari en Lume Lume passeerden de revue. De zigeunermuziek met invloeden uit de hele Balkan en India had in Londen een gewillig oor gevonden. 

In het laatste nummer werden de muzikanten één voor één genoemd en bedankt en was het tijd om alle twaalf hartstochtelijk toe te juichen. Fanfare Ciocarlia bedankte het publiek en verliet het podium, maar daar nam het publiek geen genoegen mee. De band kwam terug met drie heupwiegende zigeunervrouwen en speelde nog een nummer en verliet daarna weer het podium. De toeschouwers lieten het niet toe dat de twaalf helden nu al ermee ophielden. ‘We want more,’ brulden de honderden fans in koor. Fanfare Ciocarlia kwam nog eenmaal terug en hoe. De brass band liep het publiek in en temidden van uitzinnige fans werd nog één nummer gespeeld. Terwijl er gespeeld werd, ging in zigeunerstijl de hoed nog eens rond om extra geld op te halen. Bankbiljetten werden door fans op de bezwete hoofden van de muzikanten geplakt. Onder luid applaus verdween Fanfare Ciocarlia de kleedkamer in en daarmee kwam een wervelend en uitbundig concert ten einde en kon ik de sneeuw van Londen weer in, op naar huis. Als de kans bestaat, bezoek deze zigeunergoden. Dit is een gebod.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen